Wortschatz
Lerne Adjektive – Niederländisch

nucleair
de nucleaire explosie
atomar
die atomare Explosion

bewolkt
de bewolkte hemel
bewölkt
der bewölkte Himmel

slim
een slimme vos
schlau
ein schlauer Fuchs

centraal
het centrale marktplein
zentral
der zentrale Marktplatz

stekelig
de stekelige cactussen
stachelig
die stacheligen Kakteen

afhankelijk
medicijnafhankelijke zieken
abhängig
medikamentenabhängige Kranke

vol
een volle winkelwagen
voll
ein voller Warenkorb

jaarlijks
het jaarlijkse carnaval
alljährlich
der alljährliche Karneval

dorstig
de dorstige kat
durstig
die durstige Katze

prachtig
een prachtige jurk
wunderschön
ein wunderschönes Kleid

jaarlijks
de jaarlijkse toename
jährlich
die jährliche Steigerung
