Vocabular
Învață adjective – Neerlandeză

positief
een positieve houding
pozitiv
o atitudine pozitivă

grappig
grappige baarden
comic
bărbi comice

lekker
een lekkere pizza
gustos
o pizza gustos

zonnig
een zonnige lucht
însorit
un cer însorit

jaarlijks
het jaarlijkse carnaval
anual
carnavalul anual

hartig
de hartige soep
savuros
supa savuroasă

scherp
de scherpe paprika
ascuțit
ardeiul iute ascuțit

arm
een arme man
sărac
un bărbat sărac

ongelukkig
een ongelukkige liefde
nefericit
dragostea nefericită

moeiteloos
het moeiteloze fietspad
fără efort
pista de biciclete fără efort

eetbaar
de eetbare chilipepers
comestibil
ardeii comestibili
